Digitale bruggen bouwen in Ghana

I   C   T

Ontmoet de drie wonderletters van Information Communication Technologies, aangenaam: een coupe internet, afgewerkt met een toefje e-government en een bresilienne van sociale media blijkt hét succesrecept bij uitstek van een florerende samenleving. Ook ontwikkelingslanden springen bij op de kar en vergezellen hun ex-kolonisten doorheen het internettijdperk. Maar net díe landen die de democratiserende kracht van nieuwe media het meest nodig hebben, blijken het minst geschikt te zijn ervoor; ontwikkelingslanden staan immers aan de benadeelde overkant van de digitale kloof. Hoe kunnen zij die gapende leegte overbruggen? Ghana doet alvast een poging.

Het kloofconcept

In haar essentie omschrijft de “digitale kloof” een onderscheid tussen haves en have-nots; zij die wel technologie tot hun beschikking hebben en zij die dat niet hebben. Pretty straight-forward dus, en daarmee ook gevaarlijk saai en ongenuanceerd; wat immers met het verschil tussen toegang en effectief gebruik? Mobiliseert het mensen of verschaft het enkel maar een schat aan kattenfilmpjes? Het begrip verdient dus een ruimere invulling, iets wat Fink en Kenny (2003) maar al te graag voor ons oplossen;

  • A gap in acces to use of ICTs
  • A gap in the ability to use ICTs
  • A gap in actual use
  • A gap in the impact of use

Met deze vierdelige definitie van Fink en Kenny krijgt de digitale kloof al meer duidelijkheid. Om het echter nog multidimensionaler te maken gooien we er nog een intern én extern perspectief bovenop. Technologische ongelijkheid kan immers bekeken worden binnen een bepaald land of bevolkingsgroep (intern) of over verschillende landen heen, met een specifiek onderscheid tussen ontwikkelde en ontwikkelingslanden (extern). Met andere woorden: de kloof breidt zich uit tot een overweldigend kraterlandschap.

Je plaats aan de zijde van de kloof blijkt bepaald te zijn door een interactie van je socio-economische achtergrond, je internetskillz en bovendien algemene houding ten opzichte van het nieuwe medium (Harambam et al. 2013). Paradoxaal genoeg zou het internet net die sociale en economische ongelijkheid die gelinkt is aan de digitale kloof kunnen overbruggen. Ohemeng en Ofusu-Adarkwa (2014) halen bijvoorbeeld aan hoe het internet een platform kan bieden voor het bespreken van problematiek rond armoede en ongelijkheid waarin bovendien machtsrelaties verkleinen. Bovendien versterkt het de economie van een land aanzienlijk. Verder houdt het internet een mogelijke ondersteuning van het onderwijs in, bijvoorbeeld via e-learning voor meisjes die niet naar school mogen of kunnen. Nieuwe informatietechnologieën beloven alvast veel, maar maken ze het ondanks de digitale kloof ook waar?

Het digitale pad van Ghana

Het West-Afrikaanse Ghana staat alvast in de rij om op de kar van digitalisering te springen. Nochtans bevindt Ghana zich aan de minderbedeelde oever van de digitale kloof; met gemiddeld 0 tot 5 computers per 100 inwoners hinkelt het land achterop in vergelijking met de globale technologische ontwikkelingen van andere naties. Nochtans zijn Ghanas ambities op het vlak van ICT enigszins ambitieus te noemen; in het uitgebreide Ghana ICT for Accelerated Development spreidt de natie haar wens ten toon om te evolueren van een voornamelijk ruraal systeem naar een informatierijke samenleving. Hierbij wil het land voornamelijk inzetten op onderwijs maar ook op het opdrijven van de economie, de concurrentiestrijd aan te gaan op globaler vlak en uiteindelijk zelfs functioneren als dé informatiepoort van West-Afrika (Ohemeng en Ofusu-Adarkwa). Bovendien pleit Ghana voor een open, transparante e-democracy ten opzichte van haar burgers. Maar de KLOOF, wat met de KLOOF?

Ghana is zich alvast bewust van een overweldigende digitale ongeletterdheid onder de bevolking en wil deze dan ook overbruggen om haar nobele doeleinden van educatie en economie tot een goed einde te brengen. Een belangrijk hulpmiddel in die strijd is het opzetten van zogenaamde Community Information Centers (CIC) die toegang verlenen tot nieuwe media voor een groot publiek. Ghana kiest hiermee voor een oplossing aangepast aan de economische situatie van haar bevolking en neemt het Westerse concept van “één computer per internetgebruiker” niet hersenloos over. De tele-centers in kwestie floreren zo als educationeel en economisch centrum; kinderen vullen hun schoolopleiding aan met enkele uurtjes internet en voor zakenmensen zijn de CIC’s het walhalla van economische en financiële transacties op nationaal en internationaal niveau. De theehuizen van de moderne samenleving.

Volgens Ohemeng en Ofusu-Adarkwa echter is het planten van deze communicatiecenters geen garantie voor een dichten van de digitale kloof. Velen van de tele-centers worden immers beheerd door private bedrijven. Winst haalt het dus op nobel, en daarom is de private sector redelijk picky over de locatie van hun centers;

Most of the private sector-led tele-centers are in urban neighborhoods, where many residential customers lack access to basic telecom services; wireless local loop technology can now be used to establish tele-centers in rural areas also, yet most businesses have not taken advantage of it because they fear a low level of participation in a business that demands considerable capital to establish.

De digitale kloof tussen het stedelijke Ghana en het stoffige platteland wordt zo mogelijk nog groter. Het digitaal onderwijzen van de ongeletterde massa komt door het ontbrekende initiatief van private bedrijven volledig op de schouders van de regering terecht, die het financiële hoofd niet boven water kan houden in de digitale droogte. Ohemeng en Ofusu-Adarkwa pleiten dan ook voor een sterk vlot van zowel regering als privé door middel van belastingsvoordelen voor bedrijven die bereid zijn het rurale Ghana tot een informatieoase te transformeren.

Ghana de informatiepoort tot West-Afrika? Voorbarig, maar het land blijft alvast niet bij de pakken neerzitten. Maar de digitale transformatie kan pas echt compleet zijn als het Ghaneese internet ook participatie van de burger veronderstelt. En wat zal die doen wanneer hij de keuze heeft tussen zuiver drinkwater of het virtuele nat van een surfsessie in een van de CIC’s? Ik laat de kabel in het midden.

Bronnen

Fink, C. & Kenny, C. J. (2003). W(h)ither the digital divide?. Info The Journal of Policy, Regulation and Strategy for Telecommunications, 5(6), 15-24.

Harambam, J. et al. (2013). The Contentious Gap. Information, Communication and Society, 16(7), 1093-1114.

Ohemeng, F. L. K. & Ofosu-Adarkwa, K. (2014). Overcoming the Digital Divide in Developing Countries: An Examination of Ghana’s Strategies to Promote Universal Access to Information Communication Technologies (ICTs). Journal of Developing Societies, 30(3), 297-322.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s