Voor persvrijheid en vrijheid van meningsuiting

Advertisements

Baat bij een debat: Nieuwe Media samengevat

Iedere stap voelt als een bevestigende dreun van uitzonderlijk zelfbewustzijn; iedere hoek die ik passeer houdt de belofte van een nieuwemediamaniak die overloopt van enthousiasme om enige kritiek op het internet met de grond gelijk te maken (maar democratie! Vrijheid! Efficiëntie!). Ik proef het angstzweetzout op mijn bovenlip, bibber als een schaars geklede Miley onder een bescheiden winterzon. Misschien is het door dat laatste glas rode wijn van gisterenavond…

Of misschien is het het slotdebat van Nieuwe Media en Mediaconvergentie, dat in de arena van lokaal 6306 op me wacht. Het is enkele minuten wachten tot de echte Maximus van het internetdebat zijn ware gelaat vertoont, voor- én tegenstanders genadeloos in de pan hakt en zelfs keizerinnen van dienst sprakeloos laat met een Are you not entertained?

Nah, kidding. Iedereen was heel aardig voor elkaar. Maar ook voor nieuwe media? Om het met de woorden van C. Verschooten te zeggen; tussenposities zijn altijd het beste. Vandaar deze laatste, genuanceerde maar toch kritische kijk op de belofte in de democratie: nieuwe media.

Duidelijk democratische taal

“Het internet is de nieuwe vrijheidsstrijder geworden.”

Student(e) journalistiek

Laat de nieuwe Che Guevara opstaan; het is een computerkenner met democratische aspiraties, tonnen creativiteit en lichte scoliose door zijn niet-ergonomische bureaustoel. Want niet langer de traditionele kranten of televisie reflecteren de belangen van de maatschappij; vanaf nu komen burgers en hun noden zelf aan het woord via blogs, Facebook en Twitter. Graham (1999) spreekt zelfs van een nooit geziene democratie en vrijheid van meningsuiting die het internet voorziet. Het succesrecept is inderdaad alvast veelbelovend;

  • Een toegangsticket tot het debat voor iedereen met een internetverbinding
  • Ongelimiteerde plaats
  • Toenemende anonimiteit

Deze kogelopsomming bombardeert traditionele media met dat waar ze sterk in te kort schieten; een interactieve broeihaard zijn voor democratie. Ook journalisten zijn zich hiervan bewust en stappen mee in de voordelen van de internetwereld met blogs en twitteraccounts.

Maar ere aan wie ere toekomt. Democratie verstevigen allemaal goed en wel; democratie bekomen is een andere zaak. Doorstaat het internet ook op dit gebied de test? Ik onderzocht het in mijn blogpost “Ваша бабушка пахнет черепах: of de Russische blogosfeer verstaanbaar gemaakt” de situatie in het on-democratische Rusland. Het internet is daar een sterk opkomend medium dat bovendien niet-gepolariseerde dialogen over het politieke landschap voortbrengt (Etling 2010). Russische bloggers geraken echter steeds meer verstrikt in een kat-en-muisspel met de regering, aangezien nieuwe preventieve en repressieve maatregelen de internetvrijheid dreigen te beknotten. De bloggers geven zich echter niet zomaar gewonnen; gedreven door een drang naar vrijheid, gecombineerd met het inventieve karakter van het internet, hopen ze overheidsregulering opnieuw te ontkomen en wie weet zelfs te verslaan.

Contrahegemonie bestaat nie

Maar zelfs als nieuwe media aan regulering van de overheid ontkomen, dreigen opbouwende dialogen niet meer te zijn dan wanhopig geroep binnen de muren van een sterk geïsoleerde internetkamer;

“Burgerlijke ongehoorzaamheid via sociale media kan mensen op straat brengen, maar een echte verandering zal het niet teweegbrengen.”

Student(e) Journalistiek

Auw, shots fired. Deze stelling verwoordt een apathisch sentiment dat veel generatiegenoten hebben bij ook maar enige vorm van protest; what’s the use? En inderdaad, het internet biedt wel veel perspectieven, brengt gelijkgestemden samen met een “ahja, daar heeft ze wel een punt” over de dreiging van de consumptiemaatschappij, maar wordt vaak gevolgd door een dichtklappen van de laptop waarna ze naar Primark snellen om “voor die ene jurk, want ik heb niets om aan te doen met oudejaarsavond”. Maar wordt hier niet de verantwoordelijkheid gelegd bij de verkeerde? Het internet is immers geen wondermiddel dat instant verzet en activisme in de hand kan werken. Het is een medium, een kanaal voor het overbrengen van deze boodschap. De inhoud hiervan blijft in eerste instantie afhankelijk van de zender, ontvanger en andere contextuele factoren. Verlies het communicatieproces dus niet uit het oog.

Verder is het zo dat, als je je kritische blik doortrekt in het oneindige (ik maak mij daar wel eens graag schuldig aan), iedere vorm van internetactivisme in werkelijkheid tóch een bevestiging inhoudt van de gevestigde orde. Hierover had ik het al in mijn blogpost ““And they call it democracy”: het verborgen elitarisme van uw muisklik”. Vanuit die extreme theorie is enkel zogenaamde “hacktivism” de enige vorm van echt protest die de hegemonie onderuithaalt. Minder extreem houdt dit in dat het internet, de held van onze generatie, wel een belangrijk medium kan zijn in het nastreven van democratie maar dat deze steeds met de nodige subtiele argwaan benaderd moet worden.

E-conclusie

Laten we het zo stellen. Ik ben een voorvechter van alles wat democratie, vrijheid en diversiteit uitschreeuwt, en het internet is hét medium bij uitstek dat ieder van deze waarden stuk voor stuk uitstraalt. Vooral voor landen die hun eerste stappen zetten richting deze (toegegeven, sterk Westers geïnspireerde) waarden kan het internet een belangrijk platform aanbieden; anonimiteit garandeert afbrokkelende machtsrelaties en opent tunnelvisies tot panorama’s van meningen. Perfectie, haast, lijkt het internet. En daar knelt net het digitale schoentje; power means trouble. Een medium waaraan zoveel macht wordt toegekend, dient immers aan een blijvende kritische blik onderworpen te worden.

Hail to the internet, dus, zolang het niet enkel vanzelfsprekendheden in vraag kan stellen, maar ook zichzelf. Wie weet is dat wel aan u?

Bronnen

Etling, B. et al. (2010). Public Discourse in the Russion Blogosphere: Mapping RuNet Politics and Mobilization. Berkman Center Research Publication, No. 2010-2011.

Graham, G. (1999). The Internet: A philosophicalinquiry. London: Routledge

Slotdebat voor het vak Nieuwe Media en Mediaconvergentie (KU Leuven – Campus Brussel)

Van diepte naar diepgang; een toekomst als onderzoeksjournalist?

140 tekens, meer is er niet nodig om in digitale tijden de donkerte en dramatiek van het universum samen te vatten. Want de echte kloof is niet digitaal maar journaal (negeer de vorige twee posts); kranten bloeden dood in tablets, televisiejournaals slaken hun laatste zucht. De strijd lijkt geleverd, het internet triomfeert. Maar wat als de stille waters van de traditionele media tot ongekende dieptes reiken. Minder metaforisch gememmer; is er een hiernamaals voor de krantenman in de onderzoeksjournalistiek?

Game over

Het is gedaan met de kranten, televisie en radio. De klassieke journalistiek zoals we die kennen (de leverancier van feiten, de drager van de actualiteit) wordt opgevangen door digitale en sociale media zoals Twitter en Facebook. Voormalige kranten verstarren tot nieuwssites, maar watertrappelen op hun laatste krachten in de stroom van informatie. Want toegegeven; wie betaalt nog voor nieuwsfeitjes die her en der gratis voor het rapen liggen? Bovendien beantwoorden nieuwe media aan het niet-elitarisme waar zowel boeman als voorbeeldige burger op zaten te wachten. Want nieuwe media zijn democratisch; het publiek leest, deelt en bepaalt zelf de content mee. Voormalig Minister van Pensioenen en hyperactief Twitteraar Quicky vertelt alvast openhartig over zijn voorliefde voor sociale media in Knack;

Dankzij Twitter is er nu een echte dialoog tussen politici en burgers. Op Twitter zijn er geen koningen of keizers, het werkt echt goed.

Machtslijnen vervagen steeds meer onder invloed van sociale media; overheden, premiers en ministers hanteren bewust een open “niets-te-verbergen-houding”. De journalist als “watchdog van de samenleving”, die de schakel vormde tussen politiek en publiek, strompelt gedwee terug naar zijn mand.

Verder zijn sociale media uitermate efficiënt om nieuws snel tot bij een uitgestrekt publiek te laten gaan. Twitter en Facebook worden dan ook meer dan eens ingegooid in de strijd “om de eerste te zijn die het nieuwtje brengt”. De nieuwe scoop is een tweet; dat die geregeld gesierd en ontsierd worden door een #unconfirmed is een risico they are willing to take. Want eerlijk? Meer moet je niet weten dan dat Luc De Vos gestorven is. En na drie keer achter elkaar “Mia” opgezet te hebben als eerbetoon en je je misschien begint af te vragen wat er dan precies gebeurd is, is je tweet al enkele minuten aangevuld met een artikel vol verdere insinuaties. En ja: zelfs ’s nachts. Want sociale media zijn niet gebonden aan vooraf bepaalde tijdstippen van publicatie noch uitzending. De traditionele journalistiek heeft heel wat te overwinnen.

Game on

Volgens een onderzoek van Quadrant Communication onder Belgische Journalisten is het einde van de traditionele journalistiek toch niet noodzakelijk al in zicht. Enkele bevindingen op een rijtje;

  • Een grote helft van de ondervraagde journalisten denkt dat tablets gedrukte media niet zullen vervangen
  • 73% twijfelt of sociale media wel echt een geduchte concurrent vormen
  • 46% is zekerder van hun stuk; voor hen vormen sociale media geen nuttige bijdrage

Auwtch, Twitter en Facebook, want traditionalisme triomfeert. Geen gebrek aan vertrouwen onder de journalisten zelf dus. Maar kunnen zij ook de prosumer van tegenwoordig overtuigen te blijven consumeren? De kunst is te kiezen voor daar waar sociale media vaak in te kort schieten; diepgang en duiding. Want hoeveel vraagtekens roepen 140 letters en spaties wel niet op? Democratie allemaal goed en wel, maar deze kan ook niet zonder de nodige nuance en duiding. Journalisten, trendsetters, jullie dienen dan ook je kennis en expertise in de strijd te gooien om de lezer. Een getraind, kritisch oog werpen op de stroom van informatie die democratie dreigt te verdrinken. Tijd om de goede oude onderzoeksjournalist boven te halen die al het goede van het oude en het nieuwe combineert.

De Nederlandse creatie De Correspondent heeft die formule van oude en nieuwe mediasymptomen alvast goed begrepen. Verscheidene getrainde journalisten leveren diepgaande staaltjes actualiteit, getekend door duiding en contextualisering. Dit wordt al duidelijk uit het voorbeeldartikel dat de site presenteert om je tot een jaarlijks abonnement te verleiden: “Dit geef je allemaal prijs als je inlogt op een openbaar wifi-netwerk”. De Correspondent plaatst zichzelf met zulke artikels opnieuw als een belangrijke schakel tussen lezer en realiteit. Maar die lijnen verstarren niet tot in het machtsoneindige; de nieuwssite wil immers de democratie van nieuwe media ook incorporeren om zo een interactief format te creëren. Abonnees kunnen immers bijdragen aan de diepgang door hun expertise te delen op aparte fora per nieuwsbericht. Journalisten geven met andere woorden de aanzet en lezers gaan mee in het gelijktijdig zoeken naar de waarheid. Pretty democratic, I believe.

De voetnoot

Downside van een journalistiek gevuld met spanning en diepgaand onderzoek is echter het prijskaartje dat er aan vasthangt. Berichten over de onderzoeksjournalistiek onder commerciële druk bieden alvast een weinig hoopvol perspectief. De Correspondent zelf is opgestart door een crowdsourcing project en heeft zonder al te veel kleerscheuren het eerste jaar doorstaan, met voor- én tegenstanders (klik). Een uitzondering in de journalistiek? Misschien. De prangende vraag is dan ook of diepgang en duiding op die manier wel voorzien kan worden, om zo het publiek tot het ware democratische niveau te brengen. Ik laat het antwoord over aan collega Camille.

Bronnen

Gastles Frank De Graeve over Trends in de Journalistiek voor het vak Nieuwe Media en Mediaconvergentie (KU Leuven – Campus Brussel)

De Graeve, F. (04.05.2012). Hoe ziet de Belgische journalist zijn toekomst? [25.12.2014, Quadrant Communications: http://quadrantcommunications.be/pr-en-social-media/hoe-ziet-de-belgische-journalist-zijn-toekomst/%5D.

Over e-xclusie en e-inclusie

“And the nerd is…”LINC vzw organiseert sinds 2012 de E-awards, de Oscars voor e-inclusie. Via deze prijsuitreiking wil de organisatie tegelijk aandacht vragen voor de groeiende digitale kloof in België en individuen die dit probleem trachten te overbruggen. Vullen deze initiatieven de gapende leegte met een stimulerende surfgolf of droogt het ravijn druppelsgewijs uit? De Vlaamse regering staart vanop een voetstuk de diepte in. Schreeuw schreeuw…

De klanken van het geroep

Digitale kloven zijn niet enkel te vinden in het uitgestrekte Andes-gebergte, de vlaktes van een Ethiopisch landschap of in Ghanese steden. Ook de Vlaamse huiskamers zijn gescheiden door een dreigende discrepantie. Volgens een studie van de FOD Economie in 2012 zijn vooral huishoudens zonder kinderen minder sterk digitaal voorzien; een kleine 20% van hen heeft geen computer ter beschikking. Voor gezinnen mét kinderen daalt dit aantal tot 5,2%. De situatie in Vlaanderen is dus minder uitgesproken dan in ontwikkelingslanden, maar valt eveneens niet te negeren; e-inclusie is dus geen onnodig na te streven doel.

Huishoudens zonder kin­deren Huishou­dens met kinderen
Eén of meerdere com­puters in het huishouden 80,3 % 74,8 %
Exact één computer in het huishouden 40,6 % 41,8 %
Meer dan één compu­ter in het huishouden 39,7 % 33,0 %
Geen computer in het huishouden 19,7 % 25,1 %

Ook bij kinderloze huishoudens is een internetverbinding geen vanzelfsprekendheid. Volgens FOD Economie zien we dit vooral bij alleenstaande volwassenen, waarvan slechts 58% effectieve toegang tot het internet heeft. Huishoudens met kinderen scoren dan weer enorm hoog (92%). Conclusie: een totaal van 21% van de Vlaamse huishoudens heeft geen internet. (huishoudens, HUISHOUDENS, niet individuen ja) Afgezien van het feit dat internetkatten en filmpjes van reddende schildpadden (he will survive) op die manier aan heel wat Vlamingen voorbijgaan, geraken niet-internetters ook steeds meer geïsoleerd in een samenleving die steunt op meer dan één digitale pilaar. Je financiële rompslomp regel je voortaan via e-banking en een electronische belastingsaangifte. Afspraken met de dokter maak je via een gespecialiseerde interface op het internet. En je tickets voor dat concert bestel je ook best via de website, want om 10u02 zijn de beste plaatsjes al bezet. De economische sector, de gezondheidssector, hell zelfs de culturele sector raakt steeds meer afgescheiden van Vlamingen zonder internet.

Zoveel voordelen vervat in één connectie maakt van het internet een natte droom voor iedere homo digitalis (ons tegenwoordige lot). Volgens die redenering moet die ruime 20% van huishoudens zonder internet wel verklaard zijn door een beperking in financiële middelen. Binnen hetzelfde onderzoek van de FOD Economie werden niet-internetters echter bevraagd voor de reden achter hun ontbrekende internetverbinding, en daaruit bleek dat de hoge kosten pas op de tweede (voor het materiaal) en vierde plaats (voor de verbindingskosten) kwamen. De belangrijkste reden om de aankoop uit te stellen bleek een twijfel over het nut ervan; maar liefst 43% geeft aan de voordelen van het internet niet te zien. Andere redenen zijn een gebrek aan vaardigheden (28%) en gevaren voor privacy (6%).

Echoes opvangen door e-inclusie

Een toegangsticket tot het digitale universum volstaat dus niet als wondermiddel tegen isolatie binnen onze e-samenleving. Daardoor krijgt de Vlaamse digitale kloof meer en meer het karakter van een fundamenteel probleem. E-inclusie moet zich niet enkel focussen op het beschikbaar maken van de nodige apparatuur, maar even goed investeren in een gedegen ICT-opleiding, informatie omtrent mogelijke gevaren en bovenal een aantonen van de nuttigheden die het internet met zich meebrengt. Enkele initiatieven geven alvast het goede e-inclusie-voorbeeld.

Online Buurten bijvoorbeeld, is een project opgestart door OCMW Brugge en Oostende in samenwerking met ondermeer de West-Vlaamse hogescholen. Centraal binnen dit project staat het communicatie- en dienstenplatform specifiek voor (alleenstaande) senioren. Online Buurten focust echter niet enkel op het voorzien van deze digitale omgeving, maar ook ttraining met de digitale apparatuur aan te bieden. Hiervoor wordt gerekend op vrijwilligers en studenten. Door specifiek te focussen op seniorenproblematiek rond gezondheid (eHealth), zelfredzaamheid en in contact komen met lotgenoten om eenzaamheid tegen te gaan.

Vlaanderen roept

En wat met de Vlaamse regering? Beseft deze het belang van e-inclusie initiatieven? Zowel op Europees en national niveau geeft men aan de digitale kloof te willen overbruggen om e-uitsluiting te voorkomen. De Digitale Agenda voor Europa formuleert alvast “digitale geletterdheid” en “het uitbouwen van digitale vaardigheden voor alle burgers” als één van de kernpunten. Ook de federale regering stelde actieplan op voor digitale integratie tegen 2020. Lokale initiatieven zoals Online Buurten hebben dit alvast goed begrepen. Toch vraagt Ilse Mariën in een Memorandum voor een Mediawijze en E-inclusieve Samenleving voor een hernieuwde aandacht voor digitale uitsluiting. Individuele initiatieven mogen in veel gevallen dan wel succesvol blijken, de Vlaamse regering hoort eveneens haar aandeel binnen deze projecten meer te benadrukken, vooral dan met betrekking tot:

  • E-inclusie afstemmen op verscheidenheid in subgroepen
  • Richtlijnen voor computerruimtes om kwaliteitsvolle inclusie te leveren
  • Geschoold personeel met het oog op functies als e-banking en e-government
  • Inclusie van individuen met fysieke en mentale beperkingen

Lokaal en regionaal dient dus als het ware de handen in elkaar te slaan om een e-vriendelijke samenleving tot stand te brengen. Individuele projecten zijn succesvol, maar ontbreken nog duiding en coördinatie, die de Vlaamse regering kan bieden.

Zin in solidariteit? Onderteken het Memorandum voor een Mediawijze en E-inclusieve Samenleving. I did.

Bronnen

Cijfers internetgebruik volgens FOD Economie

http://economie.fgov.be/nl/binaries/0275-13-01-barometer_2013_tcm325-226083.pdf

Memorandum

http://e-inclusie.be/MemorandumE-inclusieplatform2014.pdf

Digitale bruggen bouwen in Ghana

I   C   T

Ontmoet de drie wonderletters van Information Communication Technologies, aangenaam: een coupe internet, afgewerkt met een toefje e-government en een bresilienne van sociale media blijkt hét succesrecept bij uitstek van een florerende samenleving. Ook ontwikkelingslanden springen bij op de kar en vergezellen hun ex-kolonisten doorheen het internettijdperk. Maar net díe landen die de democratiserende kracht van nieuwe media het meest nodig hebben, blijken het minst geschikt te zijn ervoor; ontwikkelingslanden staan immers aan de benadeelde overkant van de digitale kloof. Hoe kunnen zij die gapende leegte overbruggen? Ghana doet alvast een poging.

Het kloofconcept

In haar essentie omschrijft de “digitale kloof” een onderscheid tussen haves en have-nots; zij die wel technologie tot hun beschikking hebben en zij die dat niet hebben. Pretty straight-forward dus, en daarmee ook gevaarlijk saai en ongenuanceerd; wat immers met het verschil tussen toegang en effectief gebruik? Mobiliseert het mensen of verschaft het enkel maar een schat aan kattenfilmpjes? Het begrip verdient dus een ruimere invulling, iets wat Fink en Kenny (2003) maar al te graag voor ons oplossen;

  • A gap in acces to use of ICTs
  • A gap in the ability to use ICTs
  • A gap in actual use
  • A gap in the impact of use

Met deze vierdelige definitie van Fink en Kenny krijgt de digitale kloof al meer duidelijkheid. Om het echter nog multidimensionaler te maken gooien we er nog een intern én extern perspectief bovenop. Technologische ongelijkheid kan immers bekeken worden binnen een bepaald land of bevolkingsgroep (intern) of over verschillende landen heen, met een specifiek onderscheid tussen ontwikkelde en ontwikkelingslanden (extern). Met andere woorden: de kloof breidt zich uit tot een overweldigend kraterlandschap.

Je plaats aan de zijde van de kloof blijkt bepaald te zijn door een interactie van je socio-economische achtergrond, je internetskillz en bovendien algemene houding ten opzichte van het nieuwe medium (Harambam et al. 2013). Paradoxaal genoeg zou het internet net die sociale en economische ongelijkheid die gelinkt is aan de digitale kloof kunnen overbruggen. Ohemeng en Ofusu-Adarkwa (2014) halen bijvoorbeeld aan hoe het internet een platform kan bieden voor het bespreken van problematiek rond armoede en ongelijkheid waarin bovendien machtsrelaties verkleinen. Bovendien versterkt het de economie van een land aanzienlijk. Verder houdt het internet een mogelijke ondersteuning van het onderwijs in, bijvoorbeeld via e-learning voor meisjes die niet naar school mogen of kunnen. Nieuwe informatietechnologieën beloven alvast veel, maar maken ze het ondanks de digitale kloof ook waar?

Het digitale pad van Ghana

Het West-Afrikaanse Ghana staat alvast in de rij om op de kar van digitalisering te springen. Nochtans bevindt Ghana zich aan de minderbedeelde oever van de digitale kloof; met gemiddeld 0 tot 5 computers per 100 inwoners hinkelt het land achterop in vergelijking met de globale technologische ontwikkelingen van andere naties. Nochtans zijn Ghanas ambities op het vlak van ICT enigszins ambitieus te noemen; in het uitgebreide Ghana ICT for Accelerated Development spreidt de natie haar wens ten toon om te evolueren van een voornamelijk ruraal systeem naar een informatierijke samenleving. Hierbij wil het land voornamelijk inzetten op onderwijs maar ook op het opdrijven van de economie, de concurrentiestrijd aan te gaan op globaler vlak en uiteindelijk zelfs functioneren als dé informatiepoort van West-Afrika (Ohemeng en Ofusu-Adarkwa). Bovendien pleit Ghana voor een open, transparante e-democracy ten opzichte van haar burgers. Maar de KLOOF, wat met de KLOOF?

Ghana is zich alvast bewust van een overweldigende digitale ongeletterdheid onder de bevolking en wil deze dan ook overbruggen om haar nobele doeleinden van educatie en economie tot een goed einde te brengen. Een belangrijk hulpmiddel in die strijd is het opzetten van zogenaamde Community Information Centers (CIC) die toegang verlenen tot nieuwe media voor een groot publiek. Ghana kiest hiermee voor een oplossing aangepast aan de economische situatie van haar bevolking en neemt het Westerse concept van “één computer per internetgebruiker” niet hersenloos over. De tele-centers in kwestie floreren zo als educationeel en economisch centrum; kinderen vullen hun schoolopleiding aan met enkele uurtjes internet en voor zakenmensen zijn de CIC’s het walhalla van economische en financiële transacties op nationaal en internationaal niveau. De theehuizen van de moderne samenleving.

Volgens Ohemeng en Ofusu-Adarkwa echter is het planten van deze communicatiecenters geen garantie voor een dichten van de digitale kloof. Velen van de tele-centers worden immers beheerd door private bedrijven. Winst haalt het dus op nobel, en daarom is de private sector redelijk picky over de locatie van hun centers;

Most of the private sector-led tele-centers are in urban neighborhoods, where many residential customers lack access to basic telecom services; wireless local loop technology can now be used to establish tele-centers in rural areas also, yet most businesses have not taken advantage of it because they fear a low level of participation in a business that demands considerable capital to establish.

De digitale kloof tussen het stedelijke Ghana en het stoffige platteland wordt zo mogelijk nog groter. Het digitaal onderwijzen van de ongeletterde massa komt door het ontbrekende initiatief van private bedrijven volledig op de schouders van de regering terecht, die het financiële hoofd niet boven water kan houden in de digitale droogte. Ohemeng en Ofusu-Adarkwa pleiten dan ook voor een sterk vlot van zowel regering als privé door middel van belastingsvoordelen voor bedrijven die bereid zijn het rurale Ghana tot een informatieoase te transformeren.

Ghana de informatiepoort tot West-Afrika? Voorbarig, maar het land blijft alvast niet bij de pakken neerzitten. Maar de digitale transformatie kan pas echt compleet zijn als het Ghaneese internet ook participatie van de burger veronderstelt. En wat zal die doen wanneer hij de keuze heeft tussen zuiver drinkwater of het virtuele nat van een surfsessie in een van de CIC’s? Ik laat de kabel in het midden.

Bronnen

Fink, C. & Kenny, C. J. (2003). W(h)ither the digital divide?. Info The Journal of Policy, Regulation and Strategy for Telecommunications, 5(6), 15-24.

Harambam, J. et al. (2013). The Contentious Gap. Information, Communication and Society, 16(7), 1093-1114.

Ohemeng, F. L. K. & Ofosu-Adarkwa, K. (2014). Overcoming the Digital Divide in Developing Countries: An Examination of Ghana’s Strategies to Promote Universal Access to Information Communication Technologies (ICTs). Journal of Developing Societies, 30(3), 297-322.

Ваша бабушка пахнет черепах: of de Russische blogosfeer verstaanbaar gemaakt

Bron: mediabistro.com
Bron: mediabistro.com

“Don’t trust the corporate media” prijkt in zwart-wit tussen de Amerikaanse mensenmassa. Maar er had net zo goed “не доверяют корпоративных СМИ” kunnen staan; met haar 148ste plaats op de World Press Freedom Index (die uit 180 landen telt) is Rusland niet enkel hoofdleverancier van mannelijke en iets minder mannelijke kogelstootsters maar ook van mediacontrole en censuur.

In september maakte de Russische regering bekend dat het haar invloed in het medialandschap nog verder wil versterken door de aandelen van niet-Russische investeerders te beperken tot 20% en zo “enige buitenlandse invloed te vermijden”. Democratische idealen krijgen dus weinig kans om de samenleving binnen te dringen via dagbladen, televisienieuws en de radio. Daar is het waarin het internet echter wél in tegemoetkomt; bloggers en internetlezers bundelen immers hun krachten in een gedeelde “blogosfeer” van geanimeerde discussies, spitsvondig activisme en het spuien van anti-regeringsgedachtengoed. Treed binnen in deze kolkende massa, waarin Mother Russia niet langer enkel rood kleurt. Maar de regering zit onze internethelden op de hielen.

De Russische situatie

Etling, Alexanyan en andere onderzoekers aan de Amerikaanse Harvard University (2010) hebben hun oog laten vallen op deze Russische blogosfeer en lichtten ze verder uit in een onderzoek naar netwerken van politieke discussies via blogs. Volgens Etling et al. kan het Russische medialandschap als sterk hybride gekarakteriseerd worden. Vooral televisie valt sterk onder regeringsregulering, terwijl andere media meer vrijheden toekomen. Het internet blinkt in deze categorie uit; in tegenstelling tot gelijkaardige regimes in China en Japan filtert Rusland verbazingwekkend genoeg het internet niet. Democratische, anti-Russische stellingen kunnen dus zonder al te veel problemen circuleren op het net.

Het Russische internetgebruik is echter relatief laag. In mijn voorgaande blogpost had ik het nog over een gemiddeld internetgebruik van 68% onder de Europese bevolking. Voor Rusland zakt dat gemiddelde weg naar bijna de helft; slechts 37% van de Russen is geregeld op het internet te vinden. Toch stellen Etling et al vast dat het gebruik van het medium aan een exponentiële stijging toe is, en in de toekomst dus nog zal toenemen. De weinige aanwezige gebruikers zijn echter wel weer uitermate actief op het net; vooral 18 tot 24-jarigen bloggen geregeld, zelfs veel meer dan hun Amerikaanse leeftijdsgenoten. Onderwerpen van deze blogs variëren van cultuur (populaire en hoge cultuur, films, literatuur etc.) tot publieke debatten over regeringsproblematiek.

Uit het onderzoek van Etling kwam bovendien naar voren dat de Russische blogosfeer een weinig gepolariseerd klimaat is en dus een ideaal medium is om de nuance in meningen onder het onderdrukte volk te omvatten; het bloglandschap mag dan wel ingedeeld zijn in veel platformen, zoals DemOppo, EthNat en het zeer politiek getinte LiveJournal, bloggers linken snel naar elkaar, en houden daarbij niet altijd vast aan collega’s met dezelfde ideologische achtergrond. Dit creëert een open omgeving waarin discussie omarmd eerder dan gemeden wordt, iets wat wel het geval is bij zogenaamde “echo-chambers” waarin meningen binnen hetzelfde milieu fungeren en simpelweg opnieuw en opnieuw bevestigd worden. Bovendien, ondanks het feit dat Russische bloggers hun publiek voornamelijk in de moedertaal aanspreken, linken actieve internetgebruikers geregeld naar Engelstalige nieuwssites zoals The Washington Post en The Guardian. Het internet opent dus de weg naar een meer internationaalgerichte nieuwsbenadering die de Russische regering net de kop wil indrukken.

Ondanks het ontbreken van een duidelijke polarisatie manifesteert zich op het Russische net wel een sterke centralisatie van democratisch activisme, terwijl duidelijk gedefinieerde pro-bewegingen eerder uitblijven,. Deze hebben minder behoefte hebben aan een medium voor het uitdragen van hun gedachtengoed aangezien deze sterk aansluit bij wat de traditionele media proclameren. Prominent democratisch blogster is bijvoorbeeld Marina Litvinovich. In een interview met Global Voices benadrukt ze zelf de kracht van sociale media voor het aankaarten van de sociale en politieke problematiek van Rusland;

Blogs are also important for public mobilization. In 2006 I organized an unauthorized rally in support of the soldier, Andrei Sychev [19-year old Sychev had both legs and genitalia amputated after a life-threatening beating as part of military hazing]. For the first time in Russia someone used a blog to direct public anger towards the Ministry of Defense. Despite the fact that the rally was unauthorized, and there was only my blog to spread the word, about 400 people attended.

Once a society is ready, it’s people won’t just sit back during a crisis. They will self-organize immediately on the Internet.

Mother Russia is catching up

Litvinovich benadrukt in het interview eveneens dat de Russische regering nog niet ingesteld is op de democratische kracht die het internet uitstraalt;

The problem of Internet freedom has a very peculiar nature in Russia. If security organizations, such as the FSB [Federal Security Service] were not only tough – as they are – but also had a brain, they would understand that they have to stop people who can start a wave first. But they actually work in a very straightforward way. For instance, Center “E” (Police Center on Extremism) employees look at online texts, and check if the text of a blog post incites to something. They have a ling list of “incitement” definitions, including “social discord”, which criticism of the authorities can easily fall into. They prosecute people according to this framework.

De weinig genuanceerde werkwijze van de Russische regering toont aan dat ze de reikwijdte van blogs en andere vormen van sociale media sterk onderschatten. Daar kwam volgens de BBC in eind juli 2014 verandering in; het Russische parlement stemde immers een reeks wetten goed die het gebruik van internet voor mogelijk afwijkende politieke doeleinden in het gedrang brengt. Blogs met meer dan 3000 lezers dienen zich voortaan te melden bij “massamediaregulator” Roskomnadzor en eveneens dezelfde regels te volgen die Rusland oplegt voor grotere gevestigde media. Dit impliceert geen directe censuur, maar wel regulering als het gedachtengoed effectief te fel naar buiten gedragen wordt. Bovendien krijgt Rusland via de wetten ongelimiteerde toegang tot persoonlijke gegevens van de bloggers, wat vervolging bij niet naleven aanzienlijk vergemakkelijkt. De regering dreigt dus het voordien ongeschonden internet ook over te nemen.

De vraag rest dan of het internet zijn democratische kracht nog kan blijven behouden, ondanks de hervormingen die de Russische regering doorvoert. Volgens BBC blijken de bloggers zelf aan te geven dat ze het in ieder geval niet opgeven; velen zijn al opzoek naar zogenaamde “proxy” alternatieven of zoeken manieren om hun aantal lezers net onder de 3000 te brengen. Een direct afbrokkelen van internetgebruik voor het bereiken van democratie zit er dus nog niet in. Putins onderdrukte klimaat kan namelijk een ideale voedingsbodem vormen voor een uitgebreide underground blogcultuur. Hiermee gaat echter een risico gepaard; het genuanceerde bloglandschap dat naar voren kwam uit het onderzoek van Etling dreigt te vallen in extremisme. Het is dus aan de bloggers om hun gevoel voor nuance te behouden, ondanks de toenemende onderdrukking. Ze zijn nog niet uitgepraat, Putin.

Deze post werd mede mogelijk gemaakt door Google Vertalen.

Bronnen

http://www.bbc.com/news/technology-28583669

http://rsf.org/index2014/data/index2014_en.pdf

http://globalvoicesonline.org/2010/11/30/russia-leading-activist-blogger-on-how-internet-changes-politics/

Etling, B. et al. (2010). Public Discourse in the Russion Blogosphere: Mapping RuNet Politics and Mobilization. Berkman Center Research Publication, No. 2010-2011.

“And they call it democracy”: het verborgen elitarisme van uw muisklik

WAR IS PEACE

FREEDOM IS SLAVERY

IGNORANCE IS STRENGTH

INTERNET IS DEMOCRACY

Wait, what? Sta mij toe deze literaire klassieker te bezoedelen met mijn onwaardige elektronische hand, want het internet, the pinacle of egalitarianism, valt ook soms ten prooi aan 1984’s doublethink. Het medium mag dan wel de belofte inhouden van een “publieke sfeer” als bewaarder van de democratie, toch kan het www in essentie ontmaskerd worden als een elektronische blauwdruk van de toch ondemocratische realiteit in het Westen. Maar verzamel uw hooivorken en fakkels nog niet, peasants, eerst een luisterend oor graag.

Haber-wie, publieke wat?

Onder het mom van “vroeger was alles beter”, zo was democratie dat in haar begindagen ook. Cosy cafés en sussende salons vormden het toneel voor geanimeerde praatjes over kunst, literatuur en zelfs politieke en sociale problematiek. Deze setting, met als enig geldende regel de kracht van het woord, is wat de Duitse filosoof Jürgen Habermas omschreef als de “publieke sfeer”. Discussies zijn hier vrij van enig machtsvertoon, en zijn gericht op wat Habermas definieert als het “communicatief handelen”; het bereiken van een consensus, enkel en alleen omwille van die consensus. De bedwelmende dampen van de pas uitgegoten koffie zijn de enige waas die tussen de gesprekspartners staat.

Dit idyllische tafereel geraakte volgens Habermas echter in verval door de opkomst van het kapitalisme en de daarmee gepaard gaande concurrentiedrang. Communicatief handelen slaat om in doelrationeel handelen, waarin subjecten als object worden aangewend met winst op het oog. De stem van het individu wordt gereduceerd tot een stem van politieke kleur, die niet de nuance krijgt die het verdient. De gemeenschap verstart als het ware tot maatschappij.

Nieuwe media houden voor velen de mogelijkheid om die lacune in de publieke sfeer op te vullen en de reeds bestaande democratie verder te versterken; vooral het internet met de gepaard gaande technologieën kan immers de veelstemmigheid, eigen aan een diverse bevolking, op adequate wijze reflecteren. Ze stimuleren namelijk persoonlijke expressie en politiek activisme (Papacharissi 2002) en creëren dialoog niet op het niveau van vertegenwoordigers, maar van de bevolking zelf. Een succesrecept, zo lijkt het wel.

Democratie dit dat

Democratie begint met een zo groot mogelijk publiek bereiken. Dat het internet een zeer toegankelijk medium is, draagt nog meer bij aan haar taak als nobele kruisvaarder. Veel Westerlingen hebben immers een directe toegang tot Google, Facebook en een schat aan adorable kattenfilmpjes; Volgens MarketingTribune.nl kunnen we 68% van de Europeanen definiëren als internetgebruikers. Niet slecht, als je weet dat het gemiddelde op mondiale niveau slechts de helft bedraagt. Ook Facebook, het walhalla voor afwijkende meningen over politieke thema’s en een foto van je sushi lunch die je net postte, en andere sociale media zijn populair onder Europeanen; een 40% van de gehele Europese populatie is alvast te vinden op één van de sites. Koplopers in de sociale media zijn echter de Scandinavische landen en Malta. Deze degelijke toegang tot het politieke en sociale debat dat op het internet kan ontstaan reflecteert alvast meer democratie en nuance dan de aanmodderende discussies van volksvertegenwoordigers.

Het internet vervaagt bovendien grenzen. De machtsvrije communicatie die floreerde in de dampende koffiehuizen waar Habermas het over had is met het internet aan een sterke revival toe. Overheidsinstanties stappen van hun verhoogje en benaderen het plebs met zogenaamde e-governments; de regering opteert hiermee voor een open houding naar het volk toe en deelt informatie over het politieke verloop in verleden, heden en toekomst (Papacharissi 2002). Ze stelt zich bovendien transparant op in het maken van belangrijke beslissingen en betrekt eveneens de burger zelf hierin. Ook de bevolking komt los uit zijn onderdrukte, monddode positie en neemt het heft in handen via blogs en discussiefora. Dit creëert een soort publieke sfeer waarin de grens tussen regering en bevolking langzaamaan geneutraliseerd wordt.

Het vervagen van grenzen gebeurt echter ook geografisch; in een wereldbeeld van toenemende globalisering moet ook de burgerinspraak aangepast zijn aan continentale en mondiale organisaties zoals de EU en de NAVO. Het internet brengt dan mensen van verschillende gender, origine, sociale en economische achtergrond samen in een utopische cyberspace. Bovendien is anonimiteit in veel gevallen gegarandeerd, wat de drempel tot deelnemen aan politieke discussies enigszins verlaagt.

Een verborgen elite

Toch veronderstelt de virtuele salon van het internet niet geheel Habermas’ natte droom van een revival van de lang verloren publieke sfeer. De zo gewenste democratie herbergt immers een impliciet elitarisme, zowel op micro- als macroniveau. Volgens Jankowski en Van Selm (2000) worden discussies over politieke en sociale problematiek nog steeds gedomineerd door een elite, die de genuanceerde stem van de minderheden enigszins uitwist. Hoewel het internet dus een nieuwe virtuele plaats biedt voor politieke interactie, transformeert het medium steeds meer in een elektronische kopie van de ondemocratische realiteit.

Ook op een algemener niveau valt het internet ten prooi aan het kapitalisme en de concurrentiedrang waardoor Habermas’ concept van de publieke sfeer in verval geraakte. Veel websites zijn immers niet enkel gericht op de nobele taak om een stem te geven aan het volk, maar op puur winstbejag. Facebook, wordt overstelpt door reclame, zoekmachines als Google rangschikken hun zoekresultaten volgens de best betalende adverteerders, … Verder blijkt the world wide web gedomineerd te worden door een select groepje lucky few; volgens cijfers van Business Insider UK gebeuren nog steeds meer dan 92% van de zoekacties met Google, zoekmachine der zoekmachine. Google blijkt eveneens kampioen te zijn in voornamelijk mobiele reclame en browsergebruik met Google Chrome. De overgrote meerderheid van de internetgebruikers opereert dus binnen het imperium van Google en dus ook volgens die regels. Kostbare stemmen gaan verloren door bevooroordelende algoritmes, zoekresultaten zijn gerangschikt volgens dollars, … Koffiezaakje met de K van Kapitalisme.

(H)Activisme

Iedere internetgebruiker opereert bijgevolg in een systeem, dat zowel op micro- als macroniveau beïnvloed is door concurrentiedrang en winstbejag. Het internet ontsnapt dus ook niet langer aan de destructieve gevaren van het kapitalisme, dat ook aan de basis lag van de ondergang van Habermas’ oorspronkelijke publieke sfeer. Echt activisme kan dus maar plaats vinden als het zich tegen dat overheersende, verborgen systeem keert. Betekent dit dat we allemaal maar beter Anonymousmaskers opzetten en wanhopig trachten binnen te geraken op government websites? Nee, maar bewust zijn dat onze meningen nog steeds opereren binnen een netwerk dat we trachten te bevechten, dat brengt ons een hele stap verder.

Ja hoor, ik beloof het. Ik ben mij er ook van bewust dat ik dit INGSOC betoog op een WordPress website zette. Sue me.

Bronnen

Jankowski, N. W. & van Selm M. (2002). The Promise and Practice of Public Debate in Cyberspace, in K. Hacker and J? Van Dijk (eds) Digital Democracy: Issues of Theory and Practice, pp. 149-65. London: Sage.

Papacharissi, Z. (2002). The Virtual Sphere: The Internet as a Public Sphere. New Media & Society, 4(1), 9-27.

Raymaekers, B. (2012). Ethiek, De Basis. Leuven: LannooCampus.

http://uk.businessinsider.com/heres-how-dominant-google-is-in-europe-2014-11?r=US